Waarom hebben vrouwen in reformatorische kerken een hoed op?
Van verschillende kanten is aan het moderamen van de AK gevraagd om een standpunt inzake het dragen van hoeden door vrouwen. Predikanten zijn er vaak mee opgehouden hierover te schrijven of te spreken, omdat dit onderwerp nogal eens hete hoofden en koude harten veroorzaakte. Onlangs echter kwam er een heel andere vraag naar voren: wat doet de kerk eraan om die vrouwen te steunen, die nog wel een hoed op hebben? En hoe maak je duidelijk, dat zij zich niet dienen te beschouwen als een groep conservatieve, ouderwetse vrouwen? Is die zaak van de hoofdbedekking een tijdgebonden zaak of steekt er iets principieels achter?
Met deze bijdrage willen we geen verdeeldheid zaaien, ook geen kritiek oefenen, maar slechts laten zien wat er al de eeuwen door aan theologisch gedachtegoed over deze zaak bestaat. Het dragen van hoeden staat niet los van het getuigenis van Gods Woord. Verder willen we het onderwerp verbreden naar de stijl in de eredienst en we hopen dat het aanzet tot doordenking van de Schrift en de daarop gebaseerde Traditie in de kerk. Traditie met een hoofdletter T heeft namelijk Bijbelse wortels.
Over hoeden, baretten, engelen en stoere open shirts
In onze gemeente zien we de laatste tijd, dat relatief veel vrouwen van de ene op de andere (zon)dag hun hoed thuis laten. Dat is overigens niet iets dat alleen in onze gemeente voorkomt. De vraag dringt zich door deze verandering echter wel op, of die vrouwen die hun hoofd bedekken ineens iets doen wat niet ter zake doet. Is er sprake van veranderde inzichten? Zoiets kan! Door alle tijden heen zijn er mensen geweest die door veranderde inzichten ‘ontdekten’, dat er iets niet meer hoefde. In die lijn hoor je nogal eens zeggen: maar het zit toch niet in de hoed? Ook zegt men wel: maar de huidige hoed is echt niet wat er in de Bijbel bedoeld werd!
Die redenering zou best wel eens kunnen kloppen,..... als de apostel Paulus er niet over had geschreven aan de gemeente van Korinthe. En dat deed Paulus niet op een terloopse manier. En beslist ook niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Paulus was dan ook geen politicus. Nee, een gereformeerd christen weet, dat het de Heilige Geest was, Die Paulus gebruikte om deze woorden in de Bijbel te laten opnemen. Dus we moeten niet zeggen, dat Paulus iets beweerde, maar dat God zo sprak! Dat klinkt heel anders dan dat wij iets zus of zo vinden. De apostel heeft zelfs een aanzienlijk en voornaam gedeelte van zijn brief aan dit onderwerp gewijd. God gebruikte deze van oorsprong Joodse theoloog om Zijn wil duidelijk op papier te zetten.
Bij veel mensen speelt bij dit onderwerp nogal eens de gedachte: maar waar maken wij ons eigenlijk druk om? In de kerk zijn toch veel belangrijker dingen dan een beetje “zeuren” over hoeden of nette kleding? Of over de vrouw in het ambt? Er zijn toch ook wel vrouwen die mooi kunnen preken? En daarnaast hoor je ook wel de opmerking: “Ja maar, er wordt dan wel veel gepraat over vrouwen en hoeden maar het gaat nooit over de mannen”. Dat laatste klopt. Ook mannen dienen te beseffen dat Gods huis wat anders is dan een plek om gezellig te barbecuen of te debatteren. Maar wat zegt de Bijbel nu allemaal over deze zaken? Zegt God ook: “wat doet het er eigenlijk toe hoe je je kleedt of gedraagt? Is dat de Bijbelse lijn? Of horen vorm en inhoud bij elkaar?
In 1 Korinthe 11 stelt Paulus –en dus de Heere Zelf- dat het daar om heel belangrijke dingen gaat. Paulus schrijft: Ik wil dat gij weet. En wat moeten wij als christenen dan weten? Dat Christus het Hoofd van de man is en de man het hoofd van de vrouw. Man en vrouw hebben een eigen plaats en taak, omdat God hen zo heeft geschapen. En wat wil Paulus hier nu mee aangeven? Dat we in de samenkomsten zichtbaar moeten maken dat man en vrouw een eigen taak en plaats hebben. Zo eenvoudig is dat.
Wijlen dr. C. A. Tukker heeft in het verleden eens lezingen gehouden over dit onderwerp. Sommigen onder ons hebben de preek en de lezingen hierover wellicht in hun bezit. Ds. Tukker was geen scherpslijper, niemand kan hem bekrompen noemen. Wel was hij vasthoudend aan wat het Woord zegt. Wat was een van de spitsen van het betoog van deze voluit hervormde dominee? Dat hier in 1 Korinthe 11 door de apostel Paulus duidelijk verschil wordt gemaakt met de gewoonten onder de Joden. De man draagt in de synagoge een keppeltje. Bezoek maar een bijeenkomst in een synagoge. Waarom bedekt de Joodse man het hoofd? Omdat hij weet, dat hij voor God niet kan bestaan. Ook mannelijke toeristen dienen op heilige plaatsen een keppeltje op te zetten. Bedekking met zo’n keppeltje of met een baret of pet is nodig in hun ogen.
Ja maar hoe zit het dan met de vrouw? Weer een wonder. Door het Evangelie is ook zij gaan meetellen in de samenkomst der gemeente. Maar het onderscheid met de man moet wel zichtbaar blijven. Daarom dat de vrouw een bedekking op haar hoofd heeft.
In vers 10 lezen we, dat de vrouw de macht op het hoofd moet hebben. Dat woord “macht” komt wellicht wat wonderlijk over. Letterlijk staat er: heerlijkheid. De hoofdbedekking is een symbolische verwijzing naar de heerlijkheid des Heeren. En die heerlijkheid is ten diepste Christus zelf. Zoals de gemeente staat onder Christus, zo staat de vrouw als symbool van de bruidsgemeente onder Christus.
Wat deze zaken er dus toe doen? Heel veel! De Heere ziet het hart aan, maar ook de hoofdbedekking waarover God Paulus liet schrijven. Omdat er een bepaalde heilsorde achter zit. Daar gaat het om: de man mag in de gemeente zonder hoofdbedekking het beeld zijn van Christus. De vrouw – met bedekking – de gemeente van Christus!
We oordelen niet over anderen. De vraag is slechts of wij in alles de Bijbel willen volgen en niet de mode of ons gevoel bepalend laten zijn.
Wij zijn dankbaar dat velen wel aan de tafel des Heeren naar de bevelen van de Heere gekleed zijn, dat geldt niet alleen de vrouwen, maar ook de mannen. Een ontmoeting met de Heere, aan de tafel of onder de bediening van het Woord is een heilige ontmoeting die ook zichtbaar mag worden in onze houding en onze kleding.
PS.: Voor deze nota is gebruik gemaakt van brochures en artikelen van onder andere dr. C. A. Tukker en de christelijke gereformeerde predikant J.





